De halve winter was de tuin van Kees en Gerrie leeg
terwijl de vetbollen wortel schoten
en de elfstedentocht voor de zoveelste keer net niet door ging
Wachtte, achter het beslagen raam, Gerrie op de vogels
Ok, er zat af en toe een grijze houtduif
of een bejaarde merel bij de voederbak
maar die konden Gerrie niet bekoren
Ze hunkerde als een jonge deerne naar iets bijzonders
zoals vroeger toen Kees haar ophaalde
met zijn puch-hoog-stuur en beatles-coup om
een ijsje te gaan eten bij het strand van Noordwijk
in een tijd dat er nog elke week een elfstedentocht geschaatst werd

En dan opeens op een goeie dag in maart gebeurt er iets vreemds
er landt iets in de tuin dat Gerrie nog nooit heeft gezien
Terwijl ze opkijkt van haar spiegeltje ziet ze hem voor het eerst
Alsof hij uit het schilderij van Carel Fabritius is gevlogen zit hij daar
op zijn gemak
bij de pot met euroshopper pindakaas
Carduelis Carduelis
Het puttertje

het puttertje met zijn scharlaken rode kop
en met zijn gekke gele veren
brengt Gerrie in extase
stilzitten is er niet meer bij
ramen worden niet meer gelapt
het enige dat telt is turen in de tuin

Het is toch niet te geloven dat in zo’n eenvoudige tuin
in zo’n eenvoudig dorp
bij zulke eenvoudige mensen
zo’n exotische vogel het waagt om wat zaad te pikken
want zaad, daar is het puttertje dol op
Kieskeurig is ie niet, maar als het even kan wel graag
gekernde zonnenbloemzaden ophangen
anders zoekt die gekke putter gerust zijn heil elders

Zegt het voort, zegt het voort, er is een puttertje gekomen
Hij heeft zelfs vandeweek een broertje meegenomen
En hoewel Kees nog graag een keer in Noordwijk wat zou drinken
Tuurt Ger liever de hele dag naar een stel distelvinken